ECLI:NL:PHR:2009:BG7751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet en strafoplegging bij doodslag ondanks deskundigengeschil
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte is veroordeeld voor doodslag en tot twaalf jaar gevangenisstraf is veroordeeld. De verdediging stelde meerdere middelen voor, waaronder klachten over de door het hof gestelde voorwaarden aan het deskundigenonderzoek en over de bewezenverklaring van opzet.
Het hof had een forensisch-medisch deskundige benoemd onder voorwaarden die de deskundige niet accepteerde, waarna een andere deskundige werd benoemd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bevoegd was voorwaarden te stellen aan het onderzoek om de deskundigheid, onafhankelijkheid en onbevooroordeeldheid te waarborgen. De verdediging mocht een andere deskundige voorstellen, maar het hof hoefde niet zonder meer buitenlandse deskundigen toe te laten.
Verder bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verdachte zich bewust was van de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het slachtoffer zou overlijden door zijn handelingen, en dat het verweer dat verdachte dacht dat het slachtoffer al dood was, niet aannemelijk is. Ook de klacht over de roltoebedeling aan de raadsman faalt. Alle cassatiemiddelen worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de veroordeling van verdachte voor doodslag met twaalf jaar gevangenisstraf.