ECLI:NL:PHR:2009:BG7762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot doodslag en wapendelicten met 13 jaar gevangenisstraf
Op 6 februari 2005 werd slachtoffer [slachtoffer 1] in Rotterdam beschoten door verdachte en een medeverdachte nabij discotheek [A], waarbij meerdere kogels raak waren en ook omstanders gewond raakten. Slachtoffer herkende verdachte als een van de schutters, ondanks wisselende verklaringen die het hof als consistent beoordeelde.
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag, meerdere wapendelicten, deelname aan een criminele organisatie, bedreiging en eenvoudige belediging. Het hof motiveerde zijn oordeel uitgebreid, onder meer over de bewijswaardering van verklaringen, de aard van de schietpartij en de rol van verdachte binnen de organisatie.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen van verdachte, waaronder klachten over de motivering van het bewijs, de kwalificatie van feiten en de strafoplegging. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer of omstanders dodelijk zouden worden getroffen.
De straf van 13 jaar gevangenisstraf werd gehandhaafd, met een afwijzing van het beroep voor het overige. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden toegewezen, hoewel de motivering daarvan niet uitgebreid was. De redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar de Hoge Raad zag geen reden tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot doodslag en wapendelicten.