ECLI:NL:HR:2007:BA5034
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het onbevoegd voorhanden hebben van wapens en munitie
De verdachte werd door het Hof veroordeeld voor het onbevoegd voorhanden hebben van wapens en munitie van categorie III, waaronder meerdere semi-automatische pistolen en patronen van diverse kalibers. Daarnaast was er sprake van de aanwezigheid van heroïne en hennep in een woning te Rotterdam.
Het Hof kwalificeerde het bezit van munitie als meermalen gepleegd, wat de Hoge Raad vernietigde. Volgens de Hoge Raad vormt het bezit van één of meerdere patronen slechts één strafbaar feit onder artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM). De strafoplegging werd echter niet verlaagd omdat de ernst van de feiten en persoonlijke omstandigheden van de verdachte dit niet rechtvaardigden.
De Hoge Raad verwierp verder de overige middelen van cassatie en bevestigde de gevangenisstraf van 30 maanden, waarbij het bezit van wapens en munitie en de aanwezigheid van drugs als ernstige feiten werden beschouwd die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en benadrukt het belang van een juiste kwalificatie van strafbare feiten binnen de WWM en de proportionaliteit van de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van dertig maanden voor het onbevoegd bezit van wapens, munitie en drugs, met een verbeterde kwalificatie van het bezit van munitie als één feit.