ECLI:NL:PHR:2009:BG8925
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens intrekking leerplichtproces niet door parket bevestigd
Aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969. Hij verzocht om herziening van het vonnis omdat hij niet naar de terechtzitting was gekomen, in de veronderstelling dat de zaak was ingetrokken op basis van een bericht van de leerplichtambtenaar.
De leerplichtambtenaar had een e-mail gestuurd waarin zij meldde dat het onderwijs aan de zoon van aanvrager was hervat en dat de zaak ingetrokken kon worden. Dit bericht was echter niet aan het strafdossier toegevoegd en het parket had hier niet op gereageerd. De zitting vond derhalve wel plaats en het vonnis werd bij verstek gewezen.
De Hoge Raad overwoog dat de vermeende intrekking door de leerplichtambtenaar niet leidt tot een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of niet-ontvankelijkheid had moeten leiden. De strafbaarheid en het bewijs blijven onverminderd van kracht. Een minder zware strafbepaling is ook niet van toepassing.
Daarom is het herzieningsverzoek ongegrond en afgewezen. De aanvrager wordt verwezen naar het parket of een gratieverzoek voor eventuele verdere stappen.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat de vermeende intrekking niet leidt tot een ernstig vermoeden van onschuld of niet-ontvankelijkheid.