ECLI:NL:PHR:2009:BG8968

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13241 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 117 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan belang na vernietiging honden

Klager had cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 december 2006, waarbij het beklag tot teruggave van twee inbeslaggenomen pittbull-terriër-achtige honden ongegrond werd verklaard.

De honden waren in beslag genomen in een strafzaak tegen klagers moeder, die werd veroordeeld voor het bezit van verboden honden van dit type. De Politierechter had bij vonnis van 24 juli 2007 beslist dat de honden aan het verkeer moesten worden onttrokken. Vervolgens zijn de honden op 2 augustus 2007 door de Dienst Regelingen laten inslapen.

Omdat de honden niet meer leven, heeft klager geen belang meer bij het cassatieberoep tegen de beschikking tot niet-teruggave. De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang omdat de honden zijn vernietigd.

Conclusie

Nr. 07/13241B
Mr. Schipper
Zitting: 23 december 2008
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen de beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 december 2006 waarbij het beklag strekkende tot teruggave van twee inbeslaggenomen honden aan klager ongegrond is verklaard.
2. Namens de verdachte heeft mr. R.Th.R.F. Carli, advocaat te 's-Gravenhage, cassatie ingesteld en tevens een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.
3. De middelen komen voor wat betreft bedoelde twee honden op tegen de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag en tegen het feit dat de Rechtbank de Regeling Agressieve Dieren ten onrechte verbindend zou hebben geacht. De middelen kunnen echter om de volgende reden buiten bespreking blijven.
4. Klager in deze zaak is [klager]. Het gaat om zijn twee honden van het pittbull-terriër-type, die inbeslaggenomen zijn in de strafzaak tegen klagers moeder, [betrokkene 1]. Laatstgenoemde is vervolgd voor het bezitten van verboden honden van het pittbull-terriër-type. Bij de stukken bevindt zich een onherroepelijk veroordelend vonnis van 24 juli 2007 tegen [betrokkene 1]. De Politierechter te 's-Gravenhage heeft daarin ten aanzien van de inbeslaggenomen honden beslist dat zij moeten worden onttrokken aan het verkeer. Vervolgens heeft de officier van justitie bij brief van 26 juli 2007 de Dienst Regelingen verzocht uitvoering te geven aan zijn beslissing inhoudende dat de inbeslaggenomen honden dienen te worden vernietigd en daartoe is een machtiging ex art. 117 Sv Pro verleend. Hieraan is gevolg gegeven. Blijkens een bericht van de Dienst Regelingen aan de officier van justitie van 12 september 2007 heeft men op 2 augustus 2007 de honden laten inslapen. De Dienst Regelingen heeft bij telefonische navraag bevestigd dat de honden sinds voornoemde datum niet meer leven.
5. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de Rechtbank, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn cassatieberoep.(1)
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. bijv. HR 1 april 2008, LJN BC8157.