ECLI:NL:PHR:2009:BG9014
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van overgangsregeling accijnstarief sigaretten en schending gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een sigarettenproducent en vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, maakte gebruik van overgangsregelingen bij accijnsverhogingen in 1992 en 1993. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op wegens vermeende onjuiste toepassing van deze regelingen. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel en handhaafde de naheffingsaanslag na ambtshalve verminderingen.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse tabaksproducten gerechtvaardigd is. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte grote waarde hechtte aan een verklaring van een raadsheer die eerder betrokken was bij de regelgeving en tijdens de zitting als bijstand van de Inspecteur optrad, maar dat dit geen schending van het recht op een onpartijdige rechter opleverde.
De Hoge Raad benadrukt dat nieuwe feiten ter zitting mogen worden ingebracht mits de wederpartij gelegenheid krijgt zich te verweren. Ook wordt besproken dat het optreden van een rechter als bijstand in een procedure ongebruikelijk is, maar in dit geval geen reden was voor wraking of vernietiging. De zaak wordt verwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling met een betere motivering over het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het gelijkheidsbeginsel en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.