ECLI:NL:PHR:2009:BG9908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering bank ondanks onjuiste kredietmededeling
De zaak betreft een incassozaak waarin ING Bank N.V. betaling vordert van een debetsaldo op de rekening-courant van de schuldenaar, ontstaan door een telefonische overboeking van €79.500,- aan een derde. De schuldenaar erkent de betalingsverplichting maar betwist dat het saldo ineens moet worden voldaan, omdat hem door de bank onjuist was meegedeeld dat hij een kredietruimte van ruim €80.000,- had.
De rechtbank wees de vordering van de bank toe, en het hof bevestigde dit oordeel na bewijsopdracht omtrent de vermeende onjuiste kredietmededeling. Het hof oordeelde dat het bewijs niet was geleverd dat de bank zonder voorbehoud een kredietruimte had toegezegd.
In cassatie richt het beroep zich tegen het tussenarrest en het eindarrest, met name op de stelling dat de bank niet gerechtigd zou zijn een debetstand te accepteren en dat de schuldverhouding los van de rekening-courant moet worden beschouwd. De Hoge Raad wijst dit af omdat dit verweer niet in hoger beroep is aangevoerd en het feitelijke oordeel van het hof over het bewijs onbestreden is gebleven.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep geen grond biedt voor vernietiging en verwerpt het beroep. De bank mag de volledige vordering inclusief debetrente en kosten vorderen zoals eerder vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de schuldenaar wordt verworpen en het vonnis van het hof bevestigd.