ECLI:NL:PHR:2009:BH0148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kosten rechtsbijstand na mishandeling in arbeidsconflict
Eiser heeft schade geleden door een mishandeling door een portier in dienst van de werkgever van eiser. Hij vordert vergoeding van schade, waaronder kosten van rechtsbijstand. De rechtbank en het hof wijzen de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af omdat niet is komen vast te staan dat eiser deze kosten zelf heeft betaald en omdat de kosten niet in redelijke verhouding staan tot het totale schadebedrag.
Eiser had met zijn werkgever afgesproken dat de werkgever de advocaatkosten zou voorschieten en dat eiser deze zou terugbetalen via verrekening met bonussen en de ontbindingsvergoeding. Het hof oordeelde dat niet voldoende was aangetoond dat de kosten daadwerkelijk door eiser aan de werkgever zijn vergoed en dat de kosten niet redelijk waren gezien het financiële belang van de zaak.
In cassatie klaagt eiser tegen deze oordelen, maar de Hoge Raad oordeelt dat de klachten onvoldoende onderbouwd zijn en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de kosten niet redelijk zijn en dat niet is vastgesteld dat eiser de kosten heeft vergoed. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betaling door eiser en disproportionaliteit van de kosten.