ECLI:NL:PHR:2009:BH0173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden politie en bewijsuitsluiting in cocaïnezaak
De zaak betreft de beoordeling van het rechtmatig binnentreden van politieambtenaren in een woning waar 998 gram cocaïne werd aangetroffen. Het hof oordeelde dat politie op grond van artikel 8 lid 2 Politiewet Pro 1993 gerechtigd was de woning binnen te treden ter hulpverlening, en dat de uitzondering in artikel 2 lid 3 Awbi Pro van toepassing was vanwege onmiddellijk gevaar voor personen.
Verdachte voerde aan dat het binnentreden onrechtmatig was omdat geen schriftelijke machtiging of toestemming was gegeven, en dat zijn verklaring over de cocaïne uitgesloten moest worden wegens niet tijdig gegeven cautie. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de politie de cautie tijdig had gegeven en dat het binnentreden gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, benadrukte dat artikel 2 Politiewet Pro 1993 niet zelf binnentredingsbevoegdheid verleent maar dat artikel 8 lid 2 Politiewet Pro die bevoegdheid regelt voor hulpverlening. Ook werd geoordeeld dat de verdachte de cautie begreep en dat de verklaring niet onrechtmatig verkregen was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid binnentreden politie en toelaatbaarheid verklaringen; cassatieberoep verworpen.