ECLI:NL:PHR:2009:BH0379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt proceskostencompensatie bij alimentatiegeschil na echtscheiding
De zaak betreft een alimentatiegeschil tussen gewezen echtgenoten na ontbinding van hun huwelijk. De vrouw verzocht de rechtbank om een bijdrage in haar levensonderhoud, welke de rechtbank toewijst. De man gaat hiertegen in hoger beroep en stelt onder meer dat de vrouw niet in de betreffende huurwoning woont en betwist de hoogte van de alimentatie.
Tijdens de mondelinge behandeling bood de man aan om een onderzoeksrapport en getuigen te overleggen ter onderbouwing van zijn stellingen. Het hof wees dit aanbod af wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde, mede omdat de vrouw bezwaar maakte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het bewijsaanbod ter zitting heeft afgewezen, omdat het niet gaat om stukken die kort voor de zitting zijn ingediend, maar om een aanbod tijdens de zitting zelf.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat in verzoekschriftprocedures tussen gewezen echtgenoten de proceskosten doorgaans worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het instellen van cassatie vormt geen overbodige kostenpost die de man kan worden toegerekend. Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof inzake alimentatie en bewijsaanbod wordt bevestigd.