ECLI:NL:PHR:2009:BH0387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens dagrapportfraude
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer bij CP&A Outdoor Services B.V. wegens vermeende fraude met dagrapporten en onjuiste invulling daarvan. De werknemer was sinds 1999 in dienst en had sinds 2003 voornamelijk schoonmaaktaken. Op 6 juli 2004 werd hij ontslagen met als reden dat hij onjuiste tijden had ingevuld en daarmee de bedrijfsleiding had misleid, wat leidde tot een vertrouwensbreuk.
De kantonrechter en het hof bevestigden de rechtmatigheid van het ontslag, waarbij het hof onder meer oordeelde dat het niet correct invullen van de tijden op de onderhoudslijsten de essentie van de dringende reden vormde, ongeacht of dit als fraude werd aangemerkt. De werknemer stelde in cassatie dat het hof een onbegrijpelijke uitleg gaf van de ontslaggrond en dat de dringende reden die aan hem was meegedeeld, de fraude betrof, terwijl het hof ook andere gronden meenam.
De Hoge Raad overweegt dat de dringende reden zodanig duidelijk moet zijn dat de werknemer geen twijfel kan hebben over de reden van ontslag. De ontslagbrief van 6 juli 2004 noemt expliciet fraude en misleiding als dringende reden, wat niet zonder meer door het hof is erkend. Daarnaast stelt de Hoge Raad dat als slechts een deel van de opgegeven dringende reden vaststaat, het ontslag toch rechtmatig kan zijn indien aan drie voorwaarden is voldaan, waaronder dat de werknemer duidelijk moet zijn dat ook die beperkte grond tot ontslag leidt.
De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de werknemer duidelijk was dat het ontslag ook op de beperkte grond van onjuiste tijdsregistratie zou zijn gebaseerd. Daarom vindt het hof onvoldoende fundament voor zijn oordeel dat het ontslag terecht was en vernietigt het arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de meegedeelde dringende reden voor ontslag op staande voet.