ECLI:NL:PHR:2009:BH1496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Correctie berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij diefstal met braak
In deze zaak staat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, na een diefstal met braak gepleegd op 12 december 2004 in een woning te Eindhoven. Veroordeelde werd door het hof veroordeeld tot betaling van €17.721 aan de Staat, gebaseerd op de geschatte waarde van gestolen B&O-apparatuur en andere goederen. In cassatie werd aangevoerd dat het hof abusievelijk de waarde van een telefoon had meegeteld bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat de afstandsbediening wel onder de geluidsinstallatie valt, maar de telefoon niet. Het hof heeft ten onrechte de telefoon bij het voordeel betrokken. De Hoge Raad herstelt dit ambtshalve door de waarde van de telefoon, rekening houdend met het opbrengstpercentage van 38%, van het totaalbedrag af te trekken, wat neerkomt op een vermindering van circa €65.
Een tweede middel, gericht op de hoogte van de opbrengst van een gestolen televisie, wordt verworpen omdat het hof een redelijke gemiddelde verkoopprijs hanteerde, onderbouwd met verklaringen van betrokkenen. De Hoge Raad vernietigt het arrest dus alleen voor wat betreft de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel en stelt de betalingsverplichting vast op €17.656. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De betalingsverplichting van veroordeelde wordt verminderd met circa €65 tot €17.656.