ECLI:NL:HR:2009:BH1496

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01591 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onjuiste waardering telefoon

In deze zaak stond de vraag centraal of het hof terecht de waarde van een telefoon had meegenomen bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag van €17.721,- aan de Staat, gebaseerd op deze schatting.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat het hof ten onrechte de waarde van de telefoon had meegenomen en adviseerde de betalingsverplichting te verminderen tot €17.656,-. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor zover het bedrag was vastgesteld.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel gegrond was voor wat betreft de telefoon, maar verwierp het voor de afstandsbediening. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd en de betalingsverplichting van de betrokkene dienovereenkomstig aangepast.

De uitspraak bevestigt het belang van een nauwkeurige en gemotiveerde waardering bij profijtontneming en benadrukt de rol van de Hoge Raad in het corrigeren van dergelijke fouten.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot €17.656,- en past de betalingsverplichting van de betrokkene hierop aan.

Uitspraak

24 maart 2009
Strafkamer
Nr. 08/01591 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2007, nummer 20/004622-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond" te Roermond.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. C.W. Noorduyn en mr. Th.J. Kelder, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de bepaling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de aan betrokkene opgelegde betalingsverplichting, dat de Hoge Raad de betalingsverplichting zal vaststellen op € 17.656,- en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit het onder 8 bewezenverklaarde feit ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, acht heeft geslagen op de waarde van een telefoon en een afstandsbediening.
2.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 9 faalt het middel voor zover het ziet op de afstandsbediening maar is het terecht voorgesteld voor zover het de waarde van de telefoon betreft. De Hoge Raad zal de schatting van het totale bedrag en de daaruit voor de betrokkene voortvloeiende verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre verminderen.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel
niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beslissing ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 17.721,- heeft gesteld en aan de betrokkene de verplichting heeft opgelegd tot betaling aan de Staat van dit bedrag;
vermindert het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat tot € 17.656,- alsmede de verplichting van de betrokkene tot betaling aan de Staat tot hetzelfde bedrag;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 24 maart 2009.