ECLI:NL:HR:2009:BH1496
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onjuiste waardering telefoon
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof terecht de waarde van een telefoon had meegenomen bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag van €17.721,- aan de Staat, gebaseerd op deze schatting.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het hof ten onrechte de waarde van de telefoon had meegenomen en adviseerde de betalingsverplichting te verminderen tot €17.656,-. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor zover het bedrag was vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel gegrond was voor wat betreft de telefoon, maar verwierp het voor de afstandsbediening. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd en de betalingsverplichting van de betrokkene dienovereenkomstig aangepast.
De uitspraak bevestigt het belang van een nauwkeurige en gemotiveerde waardering bij profijtontneming en benadrukt de rol van de Hoge Raad in het corrigeren van dergelijke fouten.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot €17.656,- en past de betalingsverplichting van de betrokkene hierop aan.