ECLI:NL:PHR:2009:BH2198

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12511
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-tijdig indienen middelen

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie en medeplegen van het onjuist doen van belastingaangifte. Verdachte stelde tijdig beroep in cassatie in tegen dit arrest.

Ondanks een geldige aanzegging conform artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, heeft verdachte geen raadsman gesteld en zijn geen middelen van cassatie ingediend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv, moeten middelen van cassatie binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman worden ingediend.

Omdat deze termijn niet is nageleefd, wordt verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie leidt tot het einde van de procedure bij de Hoge Raad in deze zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 07/12511
Mr. Bleichrodt
Zitting 3 februari 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte 5]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 13 juli 2007 de verdachte ter zake van 1. "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" en 2. "medeplegen van opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden.
2. Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, heeft zich in cassatie namens verdachte geen raadsman gesteld en zijn namens verdachte geen middelen van cassatie voorgesteld.(1)
3. Ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van genoemde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verdachte in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de onder nr. 07/12527 tegen [verdachte 6], de onder nr. 07/12103 tegen [verdachte 1], de onder nr. 07/12480 tegen [verdachte 4], de onder nr. 07/12489 tegen [verdachte 2], de onder nr. 07/10668 tegen [verdachte 7] en de onder nr. 07/12509 tegen [verdachte 3] aanhangige zaken, in welke zaken ik vandaag ook concludeer.