ECLI:NL:PHR:2009:BH2408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening vonnis meineed na vrijspraak echtgenoot wegens valselijke beschuldigingen mishandeling en verkrachting
Aanvraagster werd veroordeeld voor meineed wegens valselijke beschuldigingen aan haar echtgenoot van mishandeling, verkrachting en bedreiging. Tijdens de strafzaak tegen haar echtgenoot werden nieuwe getuigenverklaringen en een proces-verbaal van bevindingen overgelegd die de rechtbank niet kende.
Het hof sprak de echtgenoot vrij op basis van deze verklaringen, die wezen op het ontbreken van bewijs voor mishandeling en verkrachting en dat aanvraagster haar aangifte had gedaan uit wraak wegens overspel. De verklaringen toonden ook aan dat aanvraagster geen medisch letsel had en dat haar eerdere beschuldigingen onwaar waren.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe feiten het ernstig vermoeden opleveren dat de rechtbank, als zij hiervan op de hoogte was geweest, aanvraagster niet zou hebben veroordeeld voor meineed. Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond en beveelt hernieuwde behandeling door het gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en beveelt hernieuwde behandeling door het gerechtshof.