ECLI:NL:PHR:2009:BH2791
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis kantonrechter wegens onjuiste kwalificatie en onvoldoende motivering in zaak wapendracht
Op 10 september 2004 werd verdachte betrapt op het bij zich dragen van een mes in Leeuwarden. De kantonrechter verklaarde het primair tenlastegelegde feit niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Subsidiair werd vastgesteld dat verdachte het mes, dat als steekwapen kon worden gebruikt, bij zich had op een door het college aangewezen openbare weg. Verdachte werd schuldig bevonden aan deze subsidiaire tenlastelegging, maar zonder strafoplegging.
De officier van justitie had tijdens de terechtzitting een wijziging van de tenlastelegging gevraagd, die door de kantonrechter werd toegestaan ondanks bezwaar van de verdediging. De Hoge Raad oordeelt dat het schriftelijk vonnis van de kantonrechter niet voldoet aan de wettelijke eisen, met name omdat het vonnis geen juiste kwalificatie van het bewezenverklaarde bevatte en onvoldoende motivering gaf van de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad stelt vast dat het extract vonnis, dat waarschijnlijk alleen ten behoeve van executie is opgemaakt, een onjuiste kwalificatie bevat. De Hoge Raad kwalificeert het bewezenverklaarde feit zelf als overtreding van artikel 2.1.1.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Leeuwarden. Gezien het feit dat verdachte schuldig is verklaard zonder strafoplegging, acht de Hoge Raad het onwaarschijnlijk dat de onjuiste kwalificatie invloed heeft gehad op de strafbepaling.
Vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering en kwalificatie vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, voor een nieuwe berechting en beslissing.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie en onvoldoende motivering; de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.