ECLI:NL:HR:2009:BH2791
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en kwalificatie overtreding messenverbod in Leeuwarden
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden over het dragen van een mes op een openbare weg in Leeuwarden. De verdachte werd primair vrijgesproken van het bezit van een verboden mes volgens de Wet wapens en munitie, maar subsidiair schuldig bevonden aan het bij zich hebben van een mes als steekwapen in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Leeuwarden.
De kantonrechter stond een wijziging van de tenlastelegging toe, ondanks bezwaar van de raadsman, en oordeelde dat het mesje als steekwapen kon worden gebruikt. De verdachte gebruikte het mesje naar eigen zeggen als schilmesje tijdens zijn werk als taxichauffeur.
De Hoge Raad oordeelt dat de kantonrechter het bewezenverklaarde niet heeft gekwalificeerd, wat een gebrek is dat in cassatie moet worden hersteld. De Hoge Raad kwalificeert het bewezenverklaarde feit als overtreding van artikel 2.1.1.4, eerste lid, van de APV Leeuwarden en verwerpt het beroep voor het overige. Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met de juiste kwalificatie.
Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd wegens ontbrekende kwalificatie en het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als overtreding van het messenverbod in de APV Leeuwarden.