ECLI:NL:PHR:2009:BH4436
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad bij bestuursdwang en verkoopwagen
De zaak betreft een geschil tussen een inwoner en de gemeente over onrechtmatige bestuursdwang. De gemeente had een verkoopwagen van de inwoner laten verwijderen wegens strijdig gebruik met het bestemmingsplan en bouwverordening. De verkoopwagen werd weggehaald en niet teruggegeven, ondanks dat de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State het besluit deels vernietigde.
De inwoner vorderde schadevergoeding voor gederfde inkomsten door het niet kunnen voortzetten van ambulante handel. De gemeente stelde dat de inwoner haar schade had moeten beperken door de wagen terug te halen of een andere wagen aan te schaffen, en dat de ventvergunning was ingetrokken.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld en dat de inwoner recht had op vergoeding van inkomensschade vanaf het moment dat zij redelijkerwijs een andere wagen had kunnen aanschaffen. De gemeente had onvoldoende medewerking verleend aan het terughalen en parkeren van de wagen, waardoor de inwoner schadebeperking niet kon naleven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de gemeente en bevestigde dat de gemeente aansprakelijk is voor de inkomensschade, mede omdat zij de inwoner niet duidelijk had gemaakt dat een andere wagen mocht worden gestald en haar medewerking had geweigerd. De zaak benadrukt de plicht van bestuursorganen om zorgvuldig en billijk te handelen bij bestuursdwang en de gevolgen daarvan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente onrechtmatig handelde en verplicht is inkomensschade van eiseres te vergoeden vanaf het moment dat zij redelijkerwijs een andere verkoopwagen had kunnen aanschaffen.