ECLI:NL:PHR:2009:BH5258
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatieberoep na intrekking OM
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch sprak verdachte op 4 oktober 2006 vrij van de tenlastegelegde misdrijven en verklaarde het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van de overtredingen. Verdachte stelde op 31 oktober 2006 cassatie in tegen dit vonnis. Vervolgens diende de advocaat van verdachte een schriftuur in met vijf middelen van cassatie, die echter voorwaardelijk incidenteel waren en slechts besproken zouden worden indien het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie zou slagen.
Het Openbaar Ministerie heeft echter geen cassatieberoep ingesteld en haar eerdere cassatieberoep ingetrokken. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarde om de middelen van verdachte te behandelen. De Hoge Raad verklaart daarom verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Dit arrest bevestigt het belang van ontvankelijkheid en de procedurele regels omtrent incidenteel cassatieberoep.
De uitspraak werd gedaan op 10 maart 2009 en betreft het parketnummer 01369/07 E. De conclusie tot niet-ontvankelijkheid werd gegeven door de Advocaat-Generaal mr. Machielse.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens intrekking van het OM-beroep.