ECLI:NL:HR:2009:BH5258
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in incidenteel cassatieberoep na intrekking OM-beroep
In deze zaak heeft de verdachte een incidenteel cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Dit beroep was ingediend onder de voorwaarde dat het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie zou worden gehonoreerd. Echter, het Openbaar Ministerie heeft haar cassatieberoep ingetrokken, waardoor de voorwaarde voor het instellen van het incidenteel cassatieberoep niet is vervuld.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk, waardoor de inhoudelijke middelen van het beroep niet worden behandeld.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken op 10 maart 2009. Hiermee wordt bevestigd dat een incidenteel cassatieberoep afhankelijk is van het voortbestaan van het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn incidenteel cassatieberoep wegens intrekking van het OM-beroep.