ECLI:NL:PHR:2009:BH5357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening afgewezen wegens ontbreken novum en niet-ontvankelijkheid OM niet vastgesteld
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen zijn veroordeling voor betrokkenheid bij een BTW-carrouselfraude. Het verzoek berust op twee nova: een onherroepelijke veroordeling in België voor hetzelfde feit en het achterhouden van originele vrachtbrieven door het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad oordeelt dat het ne bis in idem-beginsel (art. 68 Sr Pro en art. 54 SUO Pro) alleen geldt indien de buitenlandse straf volledig is uitgevoerd, gegratieerd of verjaard. Omdat de aanvrager niet heeft aangetoond dat dit het geval is, is het verzoek niet ontvankelijk op deze grond.
Daarnaast is gebleken dat de vrachtbrieven zich bij de FIOD bevinden en dat het hof de onzekerheid omtrent deze documenten heeft meegewogen. Het hof achtte dat zelfs indien meer vrachtbrieven boven water zouden komen, dit geen afbreuk doet aan de bewezenverklaring van fraude.
De Hoge Raad bevestigt dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat het novum tot een andere beslissing zou hebben geleid, hetgeen niet is gebeurd. Daarom wordt het verzoek tot herziening ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een relevant novum en niet-toepassing van het ne bis in idem-beginsel.