ECLI:NL:PHR:2009:BH6412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieberoep inzake mishandeling en huisvredebreuk met nadruk op dagvaarding en rechtsbijstand
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte is veroordeeld voor mishandeling en huisvredebreuk. De verdachte voerde onder meer aan dat de dagvaarding niet in een voor hem begrijpelijke taal was gesteld, waardoor zijn verdediging was geschaad en de zaak moest worden terugverwezen naar de eerste rechter.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van een vertaling van de dagvaarding in beginsel niet leidt tot nietigheid van de dagvaarding. Alleen indien de verdachte daardoor in zijn verdediging is geschaad, dient de rechter het onderzoek te schorsen. In dit geval was de verdachte bijgestaan door een tolk en raadsman, was de dagvaarding persoonlijk betekend en was niet gebleken dat de verdachte niet begreep welk strafrechtelijk verwijt hem werd gemaakt. Ook had de verdachte niet verzocht om aanhouding van de zaak.
Verder werd benadrukt dat een beroep op het niet begrijpen van de mededeling over rechtsbijstand in cassatie te laat is indien dit niet in eerste aanleg of hoger beroep is aangevoerd. De Hoge Raad verwierp ook andere middelen, waaronder klachten over het bewijs en het oordeel van het hof omtrent toestemming van de aangeefster. De overschrijding van de redelijke termijn in cassatie leidde niet tot vernietiging van de strafoplegging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling voor mishandeling en huisvredebreuk bleef in stand.