ECLI:NL:PHR:2009:BH7295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging doodslag en medeplegen drugshandel ondanks verzoek nadere onderzoekshandelingen
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2009, waarin het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Hof Den Haag werd behandeld. Verdachte werd door het Hof veroordeeld voor poging tot doodslag op een slachtoffer en medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, waaronder het voorhanden hebben van cocaïne en versnijdingsmiddelen.
Tijdens de procedure verzocht de verdediging om nadere onderzoekshandelingen, waaronder kruitsporenonderzoek op de kleding van de slachtoffers en verificatie van de herkomst van kogels. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek onvoldoende concreet en onderbouwd was, en dat het Hof niet verplicht was hierop te beslissen. Bovendien ontbraken kogels en vuurwapens in beslag, waardoor het onderzoek technisch niet mogelijk was.
Het Hof verwierp ook het verweer van noodweer, omdat niet aannemelijk was dat verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van goederen of personen. De bewijsvoering omtrent de aanwezigheid en het medeplegen van drugshandel werd door de Hoge Raad als voldoende onderbouwd beschouwd, waarbij het Hof aannam dat verdachte op de hoogte was van de drugs en versnijdingsmiddelen in de woning.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd door het Hof niet-ontvankelijk verklaard wegens de complexiteit van de civielrechtelijke vordering, hetgeen door de Hoge Raad niet werd aangetast. De Hoge Raad verwierp alle middelen en bevestigde het arrest van het Hof, waarmee de veroordeling en straf van zes jaar gevangenisstraf ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte tot zes jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en medeplegen van drugshandel.