ECLI:NL:PHR:2009:BH7602
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over auteursrechtelijke kwalificatie van satelliettransmissie en openbaarmaking
In deze zaak staat centraal of de satelliettransmissie van Chellomedia naar kabelkopstations en DTH-platforms kwalificeert als een openbaarmaking in auteursrechtelijke zin, waarvoor een vergoeding aan Buma verschuldigd zou zijn. Chellomedia zendt gecodeerde programma's uit die alleen door professionele ontvangers kunnen worden ontvangen en vervolgens door kabelkopstations en DTH-platforms worden gedecodeerd en opnieuw gecodeerd voor doorgifte aan het publiek.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig het toepasselijke juridische kader, waaronder bepalingen uit de Nederlandse Auteurswet, internationale verdragen zoals de Berner Conventie, en met name de Europese richtlijnen 93/83/EEG en 2001/29/EG. De richtlijn 93/83 regelt satellietomroep en kabeldoorgifte, maar blijkt slechts minimumharmonisatie te bieden, terwijl richtlijn 2001/29 maximale harmonisatie nastreeft.
Het arrest van het Hof van Justitie van de EG in de zaak SGAE/Rafael Hoteles wordt als leidraad genomen voor de uitleg van het begrip 'mededeling aan het publiek'. Dit begrip vereist gerichtheid op een onbepaald aantal potentiële kijkers of luisteraars. Een beperkte kring van professionele ontvangers, zoals kabelkopstations, vormt geen publiek in deze zin.
De Hoge Raad concludeert dat de satelliettransmissie van Chellomedia naar de kabelkopstations en DTH-platforms geen zelfstandige openbaarmaking is, omdat het signaal niet voor ontvangst door het publiek bestemd is en de decodeermiddelen niet aan het publiek worden verstrekt. Daarmee faalt de vordering van Buma en wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Buma wordt verworpen; de satelliettransmissie van Chellomedia vormt geen auteursrechtelijke openbaarmaking.