ECLI:NL:HR:2008:BC8630

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12553
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 398 RvArt. 401a Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest bij sprongcassatie in civiele procedure

Buma heeft samen met de stichting Stemra Chellomedia gedagvaard wegens het zonder toestemming openbaar maken van muziek uit het Buma-repertoire. Na diverse procedures bij de rechtbank en het gerechtshof, waarbij tussenvonnissen en een eindvonnis zijn gewezen, stelde Buma beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof en het eindvonnis van de rechtbank.

Chellomedia voerde aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen het tussenvonnis van het hof, omdat partijen hadden afgesproken dat sprongcassatie alleen tegen het eindvonnis van de rechtbank zou worden ingesteld en niet tegen tussenuitspraken van het hof. De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat op grond van de toepasselijke artikelen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het cassatieberoep ook ontvankelijk is tegen het tussenarrest van het hof dat aan het eindvonnis ten grondslag ligt.

De Hoge Raad verwees de zaak naar de rolzitting voor verdere behandeling en reserveerde de beslissing over de proceskosten tot de einduitspraak. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Buma is ontvankelijk verklaard tegen het tussenarrest van het hof.

Uitspraak

4 april 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/12553HR
IV/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid BUMA,
gevestigd te Amstelveen,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mrs. T. Cohen Jehoram en V. Rörsch,
t e g e n
CHELLOMEDIA PROGRAMMING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Buma en Chellomedia.
1. Het geding in feitelijke instanties
Buma heeft tezamen met de stichting Stemra bij exploot van 11 april 2003 Chellomedia (voorheen genaamd: UPC Programming B.V.) gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, Chellomedia te verbieden zonder toestemming van Buma muziek behorende tot het repertoire van Buma openbaar te (doen) maken.
Chellomedia heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 januari 2005 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Buma en Stemra, bepaald dat partijen tegen het vonnis hoger beroep kunnen instellen, en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen dit vonnis heeft Buma hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 29 juni 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, Buma veroordeeld in de proceskosten en de zaak teruggewezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Nadat partijen de rechtbank hadden verzocht om ten aanzien van de vorderingen die zijn ingesteld door Buma eindvonnis te wijzen, heeft de rechtbank bij vonnis van 1 augustus 2007 ten aanzien van Buma de vorderingen afgewezen en ten aanzien van Stemra de zaak naar de rol verwezen voor voortprocederen.
Het arrest van het hof van 29 juni 2006 en het vonnis van de rechtbank van 1 augustus 2007 zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 29 juni 2006 en tegen het (gedeeltelijk) eindvonnis van de rechtbank van 1 augustus 2007 (hierna ook aan te duiden als het eindvonnis) heeft Buma beroep in cassatie ingesteld op de voet van art. 398, aanhef en onder 2, Rv. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Chellomedia heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van Buma in haar cassatieberoep voorzover ingesteld tegen het arrest van het hof van 29 juni 2006, en overigens tot verwerping van het beroep.
Buma heeft het beroep op niet-ontvankelijkheid bestreden en geconcludeerd tot verwerping daarvan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot ontvankelijkverklaring van Buma in het cassatieberoep tegen het arrest van het hof van 29 juni 2006 en in de hoofdzaak tot verwijzing naar de rol voor voortprocederen.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Chellomedia heeft aan haar beroep op niet-ontvankelijkheid, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Partijen hebben afgesproken dat tegen het eindvonnis van de rechtbank sprongcassatie zou worden ingesteld. De grondslag van het geding in cassatie wordt derhalve gevormd door de in die aanleg, de procedure bij de rechtbank, gegeven uitspraken (inclusief eventuele in die instantie gewezen tussenvonnissen). In dat stelsel past niet dat in de beoordeling in cassatie tevens wordt betrokken het tussenarrest van het hof, dat is gewezen naar aanleiding van tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis van de rechtbank. Chellomedia voert voorts aan dat tussen partijen niet is overeengekomen dat ook het tussenarrest van het hof de grondslag zou vormen van de in te stellen sprongcassatie. Voorzover het cassatieberoep zich richt tegen het tussenarrest is het dan ook, aldus Chellomedia, niet-ontvankelijk.
3.2 Dit betoog faalt. Partijen zijn op de voet van art. 398, aanhef en onder 2, Rv. overeengekomen het hoger beroep (verder) over te slaan. Tegen het eindvonnis van de rechtbank kan derhalve beroep in cassatie worden ingesteld. Ingevolge art. 401a lid 2 Rv. kan tegelijk met het beroep in cassatie van het eindvonnis beroep in cassatie worden ingesteld tegen de aan het eindvonnis ten grondslag liggende tussenuitspraken. In het onderhavige geval is het eindvonnis van de rechtbank gebaseerd op het tussenarrest van het hof, dat is gewezen naar aanleiding van een tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis van de rechtbank. Dit brengt mee dat ook dit tussenarrest in het onderhavige cassatieberoep kan worden betrokken.
3.3 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Buma ook in haar cassatieberoep tegen het tussenarrest van het hof van 29 juni 2006 kan worden ontvangen. De zaak is reeds verwezen naar de rolzitting van 13 juni 2008 voor schriftelijke toelichting in de hoofdzaak.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep op niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep;
reserveert de beslissing omtrent de kosten tot de einduitspraak.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.