ECLI:NL:PHR:2009:BH8600
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks schending Duitse soevereiniteit bij aanhouding
De zaak betreft de aanhouding van verdachte door Nederlandse Marechaussee, deels op Duits grondgebied, zonder toestemming van Duitse autoriteiten. Verdachte voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit werd geschonden en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De politierechter en het gerechtshof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van soevereiniteit beperkt was en niet leidde tot schending van de rechten van verdachte. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat een schending van soevereiniteit alleen relevant is als deze leidt tot ernstige inbreuk op de procesorde of het recht op een eerlijk proces.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad over de rechtsgeldigheid van een noodverordening en de mandatering van ondertekening van besluiten door de Commissaris van de Koningin. De bekrachtiging van de noodverordening door de Commissaris is geen besluit van algemene strekking en behoeft geen publicatie volgens de Awb. Mandatering van ondertekening is toegestaan zonder onderliggende mandaatregeling, mits het bestuursorgaan achter het besluit staat.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de eerdere veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van 240 euro gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van 240 euro blijft gehandhaafd.