ECLI:NL:PHR:2009:BH8800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM bij afluisteren telefoongesprek zonder bevel
Op 27 maart 2006 werd verdachte verdacht van bedreiging van zijn ex-vrouw. Tijdens een politiebezoek aan het huis van het slachtoffer luisterde een verbalisant op instigatie van de aangeefster heimelijk mee met een telefoongesprek tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte werd veroordeeld voor bedreiging.
Verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens onrechtmatig afluisteren zonder bevel en zonder toestemming van verdachte, en dat het bewijs uitgesloten moest worden. Het hof verwierp dit verweer omdat het meeluisteren niet strafbaar is indien in opdracht van een gespreksdeelnemer en geen sprake was van sturing door de politie.
De Hoge Raad bevestigt dat het meeluisteren door de politie op verzoek van een deelnemer aan het gesprek geen inbreuk op artikel 8 EVRM Pro oplevert, mits geen sturing of initiatief door de politie. Ook het beroep op bewijsuitsluiting faalt omdat de verdediging onvoldoende gemotiveerd heeft welk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht bewijs heeft geaccepteerd dat verdachte daadwerkelijk bedreigingen heeft geuit, ondanks het verweer dat de woorden anders geïnterpreteerd moesten worden. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor bedreiging blijft in stand.