ECLI:NL:PHR:2009:BI0541
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen drugsdelicten en voorbereiding invoer cocaïne
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van ongeveer 320 kilogram hasj naar Finland en voor de voorbereiding van de invoer van cocaïne naar Nederland. De verdachte had een bekennende verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij het transport van hasj, hoewel hij ontkende organisator te zijn. Het hof achtte de bekentenis en de overige bewijsmiddelen, waaronder observatiebeelden en verklaringen, voldoende voor bewezenverklaring.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor het voorbereiden van de invoer van cocaïne, waarbij hij contact had gelegd met een eerdere veroordeelde drugscrimineel en zijn zoon meerdere reizen naar Panama en Brazilië had laten maken om contacten te leggen. Het hof concludeerde dat het opzet op medeplegen aanwezig was, mede gelet op de kennis van de verdachte over de criminele achtergrond van zijn contacten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had volstaan met een opgave van bewijsmiddelen naast de bekentenis, dat de bewezenverklaring voldoende was onderbouwd en dat de getuigenverklaring als bewijsmiddel toelaatbaar was. De middelen van cassatie werden verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot zes jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van drugsdelicten en voorbereiding van invoer van cocaïne.