ECLI:NL:PHR:2009:BI1014
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsvoering medeplichtigheid bij hennepkwekerijen onvoldoende gemotiveerd
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens medeplichtigheid aan het opzettelijk aanwezig hebben en telen van hennepplanten in een door hem onderverhuurde loods.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof het bewijs van medeplichtigheid onvoldoende had gemotiveerd, omdat niet was vastgesteld dat verdachte opzettelijk hulp had verleend of het misdrijf had ondersteund. Het hof baseerde zijn oordeel op de ongeloofwaardigheid van verdachtes ontkenningen omtrent zijn kennis van de hennepkwekerijen en het huurcontract.
De Hoge Raad oordeelde dat de ongeloofwaardigheid van een verklaring niet zonder meer kan dienen als bewijs van opzet, tenzij deze leugenachtig is en ter bemanteling van de waarheid is afgelegd. In deze zaak concludeerde het hof dat de leugenachtigheid van verdachtes verklaringen uit de overige bewijsmiddelen bleek, waardoor het opzet kon worden aangenomen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee de strafoplegging, waarbij tevens werd opgemerkt dat er geen gronden waren voor ambtshalve vernietiging van het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twee maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan hennepteelt.