ECLI:NL:HR:2005:AU3461
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring en verwijst brandstichting en diefstal terug naar hof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van brandstichting en diverse diefstallen. Het hof baseerde de bewezenverklaringen onder meer op tapverslagen en verklaringen van verdachte, waarbij het hof oordeelde dat de ontkennende verklaring van verdachte kennelijk leugenachtig was.
De Hoge Raad oordeelt dat een kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte alleen als bewijs kan dienen indien dit oordeel steunt op andere bewijsmiddelen dan verklaringen van verdachte zelf. In deze zaak baseerde het hof zijn oordeel op een tapverslag van een telefoongesprek waarin verdachte aan een derde mededelingen deed, wat niet als onafhankelijk bewijs kan gelden.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de bewezenverklaring omtrent de diefstal van laptops en een scanner niet voldoende is onderbouwd met de gebruikte bewijsmiddelen. Hierdoor zijn de bewezenverklaringen niet naar behoren gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beslissingen omtrent de bewezenverklaringen en de strafoplegging voor deze feiten en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaringen en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.