ECLI:NL:PHR:2009:BI1025
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid algemeen directeur rechtspersoon voor vertegenwoordiging benadeelde partij in strafproces
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij, een rechtspersoon, gedeeltelijk toegewezen.
De cassatie richtte zich op de vraag of de vertegenwoordiger van de rechtspersoon in het strafproces bevoegd was om deze te vertegenwoordigen, waarbij werd betoogd dat een bijzondere volmacht vereist zou zijn op grond van artikel 51c Sv. De Hoge Raad stelt echter dat rechtspersonen zelfstandig in rechte kunnen optreden via een daartoe bevoegde natuurlijke persoon, zoals de algemeen directeur, zonder dat een bijzondere volmacht noodzakelijk is.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het voegingsformulier rechtsgeldig was ondertekend door de algemeen directeur, wiens bevoegdheid niet was betwist. Er was geen reden om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Hiermee is bevestigd dat de algemeen directeur bevoegd is om de rechtspersoon als benadeelde partij te vertegenwoordigen in het strafproces.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de algemeen directeur bevoegd is de rechtspersoon als benadeelde partij te vertegenwoordigen zonder bijzondere volmacht.