ECLI:NL:HR:2009:BI1025
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vertegenwoordiging rechtspersoon als benadeelde partij zonder bijzondere volmacht
In deze zaak stond de vraag centraal of de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht het voegingsformulier, bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan ondertekenen en daarmee de rechtspersoon als benadeelde partij in het strafproces kan vertegenwoordigen. De verdachte stelde zich op het standpunt dat dit niet mogelijk was, waardoor de benadeelde partij niet ontvankelijk zou zijn.
De Hoge Raad heeft deze opvatting verworpen en geoordeeld dat de algemeen directeur zonder bijzondere volmacht bevoegd is om het voegingsformulier te ondertekenen en de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Hierdoor is de benadeelde partij ontvankelijk in haar vordering. Het hof had de benadeelde partij dan ook terecht ontvankelijk verklaard.
Het beroep in cassatie van de verdachte werd verworpen. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid voor rechtspersonen om vertegenwoordigd te worden door hun algemeen directeur zonder dat een bijzondere volmacht vereist is, wat praktische gevolgen heeft voor de procesvoering in strafzaken waarbij rechtspersonen als benadeelde partij optreden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de algemeen directeur zonder bijzondere volmacht de rechtspersoon als benadeelde partij kan vertegenwoordigen.