ECLI:NL:HR:2009:BI1025

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03422
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51b Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vertegenwoordiging rechtspersoon als benadeelde partij zonder bijzondere volmacht

In deze zaak stond de vraag centraal of de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht het voegingsformulier, bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan ondertekenen en daarmee de rechtspersoon als benadeelde partij in het strafproces kan vertegenwoordigen. De verdachte stelde zich op het standpunt dat dit niet mogelijk was, waardoor de benadeelde partij niet ontvankelijk zou zijn.

De Hoge Raad heeft deze opvatting verworpen en geoordeeld dat de algemeen directeur zonder bijzondere volmacht bevoegd is om het voegingsformulier te ondertekenen en de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Hierdoor is de benadeelde partij ontvankelijk in haar vordering. Het hof had de benadeelde partij dan ook terecht ontvankelijk verklaard.

Het beroep in cassatie van de verdachte werd verworpen. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid voor rechtspersonen om vertegenwoordigd te worden door hun algemeen directeur zonder dat een bijzondere volmacht vereist is, wat praktische gevolgen heeft voor de procesvoering in strafzaken waarbij rechtspersonen als benadeelde partij optreden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de algemeen directeur zonder bijzondere volmacht de rechtspersoon als benadeelde partij kan vertegenwoordigen.

Uitspraak

2 juni 2009
Strafkamer
nr. 08/03422
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 april 2005, nummer 23/000754-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof de benadeelde partij ten onrechte ontvankelijk heeft geacht in de vordering.
2.2. Het middel berust op de opvatting dat de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht namens de rechtspersoon het in art. 51b, eerste lid, Sv bedoelde voegingsformulier kan ondertekenen en de rechtspersoon als benadeelde partij in het strafproces kan vertegenwoordigen. Deze opvatting is onjuist. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 2 juni 2009.