ECLI:NL:PHR:2009:BI3557

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13467 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending redelijke termijn in ontnemingszaak zonder rechtsgevolg

In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 17 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 28.720,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld, waarbij is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase is overschreden. De stukken zijn met twee dagen te laat ingediend bij de Hoge Raad.

De Procureur-Generaal concludeert dat deze termijnoverschrijding terecht wordt geklaagd, maar dat aan deze overschrijding in de onderhavige ontnemingszaak geen rechtsgevolg wordt verbonden. De compensatie voor de termijnoverschrijding zal in de hoofdzaak worden toegepast. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het bestreden arrest te vernietigen.

De zaak hangt samen met andere ontnemingszaken en hoofdstrafszaken, waarbij vergelijkbare conclusies zijn getrokken over termijnoverschrijdingen.

Uitkomst: De Hoge Raad constateert een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie zonder rechtsgevolg voor de ontnemingszaak.

Conclusie

Nr. S 07/13467 P
Mr Jörg
Zitting 3 maart 2009
Conclusie inzake:
[Betrokkene = verzoeker]
1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 28.720,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 23 oktober 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 25 juni 2008 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn met twee dagen is overschreden. De Hoge Raad kan volstaan met deze constatering (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).
5. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot het constateren dat de redelijke termijn voor de inzending der stukken met twee dagen is overschreden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze zaak hangt samen met de hoofdzaken met griffienummers 07/13466, 08/01415 en 08/02756 en met de ontnemingszaak met griffienummer 08/02758P waarin ik heden eveneens concludeer.