ECLI:NL:PHR:2009:BI3842
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik kroongetuige ondanks wisselende verklaringen en schending redelijke termijn
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden wegens medeplegen van invoer van cocaïne. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onzorgvuldigheden bij de overeenkomst met de kroongetuige, die wisselende en onbetrouwbare verklaringen had afgelegd.
Het hof oordeelde echter dat de overeenkomst met de kroongetuige proportioneel en subsidiariteitseisen respecteerde en dat de verklaringen, ondanks wisselingen, voldoende betrouwbaar waren en steun vonden in ander bewijsmateriaal zoals telefoongegevens en aankoop van touw dat bij de drugsinvoer werd gebruikt. De verdediging stelde ook dat de redelijke termijn was overschreden, wat het hof bevestigde maar zonder gevolgen.
De Hoge Raad verwierp de meeste cassatiemiddelen, bevestigde het bewijsgebruik van de kroongetuige en de ontvankelijkheid van het OM, maar stelde vast dat de inzendtermijn van het cassatieberoep was overschreden met bijna acht maanden. Dit leidde tot een verlaging van de straf wegens schending van de redelijke termijn. De overige middelen werden verworpen en vernietiging van het vonnis vond niet plaats.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de straf wegens overschrijding van de inzendtermijn van het cassatieberoep.