ECLI:NL:PHR:2009:BI4663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toerekeningsvatbaarheid en strafoplegging bij poging tot doodslag met kettingslot
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte is veroordeeld wegens poging tot doodslag. De feiten betreffen een nachtelijk incident in het centrum van Den Haag waarbij verdachte met een kettingslot meerdere malen op het hoofd van het slachtoffer sloeg. Het hof legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
In cassatie werd onder meer geklaagd dat de raadsvrouw van verdachte niet volledig mocht pleiten, dat het hof onbegrijpelijk oordeelde over de toerekeningsvatbaarheid en dat de strafoplegging onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de pleitnota beperkte omdat de inhoud een herhaling betrof en dat tegen een bevel ter orde geen cassatieberoep openstaat.
Verder vond de Hoge Raad het oordeel van het hof over de toerekeningsvatbaarheid niet onbegrijpelijk, mede omdat het hof niet alleen het psychiatrisch rapport maar ook het dossier en de zitting in aanmerking nam. De klachten over de strafoplegging faalden eveneens, omdat de waardering van straffactoren aan de feitenrechter is voorbehouden en geen uitgebreide motivering behoeft.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof, inclusief de opgelegde straf en de veroordeling voor poging tot doodslag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, voor poging tot doodslag.