ECLI:NL:PHR:2009:BI4730
Parket bij de Hoge Raad
- Bleichrodt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor onvergund vermogensbeheer via beleggingsclubs
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het zonder vergunning aanbieden en verrichten van vermogensbeheer in Nederland via veertien beleggingsverenigingen. Hij trad op als enig bestuurder en beschikkingsbevoegde, waarbij hij het beleggingsbeleid bepaalde en met gelden van derden handelde, onder meer in opties en onroerend goed. De constructie bestond uit het oprichten van besloten verenigingen waarbij de deelnemers geen invloed hadden op de beleggingsbeslissingen.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij geen vermogensbeheerder was, dat hij niet beroepsmatig handelde, en dat hij binnen een besloten kring opereerde. Tevens stelde hij zich op het standpunt dat hij een vergunning had of dat hij mocht vertrouwen op adviezen van de bank en derden. Het Hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het opzet op het handelen zonder vergunning voldoende was bewezen, ook al was sprake van onjuiste of onvoldoende informatie over de vergunningplicht.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. Het beroep op rechtsdwaling werd verworpen omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij op gezaghebbend advies mocht vertrouwen. Ook het verweer van overmacht werd afgewezen. De Hoge Raad benadrukte dat het begrip beroepsmatig ruim moet worden uitgelegd en dat het doel van de wet is beleggers te beschermen tegen onbevoegde vermogensbeheerders.
De veroordeling bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest van het Hof te vernietigen en wees het cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor onvergund vermogensbeheer via beleggingsverenigingen en wijst het cassatieberoep af.