ECLI:NL:PHR:2009:BI4739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van veroordeling wegens racistische belediging met Holocaust-leus
Op 28 april 2006 heeft verdachte zich in het openbaar, te weten op of aan de openbare weg in Den Haag, mondeling beledigend uitgelaten over Joden door luidkeels de leus "Hamas, hamas, Joden aan het gas" te roepen. Deze uitlating vond plaats in de context van een groep van circa 25 voetbalsupporters en werd door meerdere getuigen gehoord, waaronder politieagenten in burger. Verdachte maakte daarbij ook gebaren om anderen aan te sporen mee te schreeuwen.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat deze leus veelvuldig voorkomt binnen de voetbalsupporterscultuur en niet bedoeld was om Joden te beledigen, maar om andere supporters te provoceren. Ook werd betoogd dat de uitlating niet tot een specifieke persoon was gericht en dat opzet ontbrak. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de leus, gelet op de historische context en de verwijzing naar de Holocaust, onmiskenbaar beledigend is jegens Joden als groep wegens hun ras.
De Hoge Raad overwoog dat de bewezenverklaring voldoende is onderbouwd door de verklaringen van verbalisanten en getuigen. De context van de uitlating doet niet af aan het beledigende karakter. De bedoeling van verdachte is niet doorslaggevend; (voorwaardelijk) opzet op het beledigende karakter is voldoende. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring door de woorden "hun godsdienst of hun levensovertuiging" te laten vervallen, omdat die niet uit de bewijsmiddelen blijken.
De cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof van 11 mei 2007, waarin verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis waarvan 40 uren voorwaardelijk, in stand bleef. De redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot vernietiging van de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk beledigen van Joden met een Holocaust-leus en wijst het cassatieberoep af.