ECLI:NL:PHR:2009:BI5089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-toepassing faciliteit belaste verhuur voor kerkgebouwen en verbonden lichamen
Belanghebbende, een stichting met als doel onder meer het exploiteren van registergoederen en het prediken van het evangelie, exploiteert sinds 29 september 2001 een multifunctioneel centrum (J). De Inspecteur stelde dat bij ingebruikneming van J een levering in de zin van artikel 3, lid 1, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (3-1-h-levering) heeft plaatsgevonden en legde een naheffingsaanslag op.
Belanghebbende beriep zich op mededeling 40, een faciliteit die kortstondige verhuur aan wisselende huurders zonder optieverzoek belast toestaat. Het Hof oordeelde echter dat deze faciliteit niet van toepassing is op kerkgebouwen en aan kerkgenootschappen verbonden lichamen, en wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat belanghebbende niet in een vergelijkbare positie verkeert als reguliere ondernemers.
De A-G bevestigde dat de 3-1-h-levering plaatsvindt op het tijdstip van ingebruikneming voor vrijgestelde prestaties en dat belanghebbende op 29 september 2001 J in gebruik nam. Er waren geen schriftelijke huurcontracten of verzoeken tot belaste verhuur, noch verklaringen van huurders over belast gebruik. De A-G vond dat mededeling 40 niet van toepassing was omdat geen sprake was van kortstondige verhuur aan wisselende huurders en dat het Hof terecht oordeelde dat belanghebbende verbonden is aan de kerk. Het beroep in cassatie werd geadviseerd ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.