Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 15 januari 2008, nr. 04/01294, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een stichting verbonden aan een kerkgenootschap, verhuurde ruimten in een pand genaamd [J]. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat het pand deels voor belaste prestaties werd gebruikt. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de verhuur vrijgesteld was van omzetbelasting en dat de faciliteit uit Mededeling 40 niet van toepassing was vanwege de verbondenheid met een kerkgenootschap.
In cassatie stelde belanghebbende dat de combinatie van terbeschikkingstelling van ruimten met aanvullende diensten niet louter passieve verhuur was, en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom deze diensten niet tot belaste prestaties leidden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof op dit punt een onjuiste rechtsopvatting kon hebben en dat nadere motivering nodig is.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat belanghebbende als kerkelijk verbonden ondernemer terecht is uitgesloten van Mededeling 40 en dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd over de aard van de diensten, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor nader onderzoek. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar de aard van de diensten.