ECLI:NL:PHR:2009:BI6264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring rechtshandelingen met kennelijke strekking afbreuk voorkeursrecht gemeente
Deze zaak betreft de toepassing van artikel 26 lid 1 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), waarin het voorkeursrecht van gemeenten bij grondtransacties is geregeld. De gemeente Nunspeet stelde dat diverse rechtshandelingen, waaronder een hypotheekverlening en een overeenkomst tot zelfrealisatie, met kennelijke strekking afbreuk deden aan haar voorkeurspositie en verzocht vernietiging daarvan.
De Hoge Raad bevestigt dat het criterium van "kennelijke strekking" in art. 26 Wvg Pro objectief is en dat rechtshandelingen waarbij de beschikkingsmacht en het economisch belang in enigerlei mate aan derden worden overgedragen, zonder nadere toetsing aan dat criterium voldoen. Daarmee kunnen ook hypotheekovereenkomsten en krediethypotheken onder art. 26 Wvg Pro vallen indien zij onderdeel zijn van een constructie die het voorkeursrecht ontduikt.
De Hoge Raad oordeelt dat de overdracht van beschikkingsmacht en economisch belang aan ontwikkelaars in deze zaak heeft geleid tot een positie die de gemeente belemmert in haar regiefunctie en keuzevrijheid bij grondexploitatie. Ook het uitstel van levering en de hypotheekverlening kunnen leiden tot ontduiking van het voorkeursrecht. De vernietiging van de rechtshandelingen is gerechtvaardigd en strookt met het legitieme publiek belang dat de Wvg dient. De uitspraak benadrukt dat het voorkeursrecht niet wordt ondermijnd door dergelijke constructies en dat de gemeente haar positie kan beschermen door vernietiging van dergelijke rechtshandelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de nietigverklaring van rechtshandelingen die met kennelijke strekking afbreuk doen aan het gemeentelijk voorkeursrecht.