ECLI:NL:PHR:2009:BI6289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring hypotheekovereenkomst wegens schending gemeentelijk voorkeursrecht
In deze zaak staat de toepassing van artikel 26 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) centraal, waarbij de gemeente Katwijk een verzoek indiende tot nietigverklaring van een ontwikkelingsovereenkomst, aanvullende overeenkomst en hypotheekrecht die door Damplan Vastgoedontwikkeling B.V. en [verzoekster 2] waren gesloten. De gemeente stelde dat deze rechtshandelingen waren opgezet met de kennelijke strekking om haar voorkeursrecht te ontduiken, waardoor haar positie bij grondverwerving werd doorkruist.
De rechtbank heeft het verzoek van de gemeente toegewezen en de overeenkomsten nietig verklaard. Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd, waarbij het onder meer oordeelde dat Damplan en [verzoekster 2] onvoldoende feitelijke gegevens hadden verstrekt om de stellingen van de gemeente te betwisten, ondanks de verzwaarde motiveringsplicht. Ook werd geoordeeld dat de vernietiging van de hypotheekovereenkomst niet in strijd is met het eigendomsrecht zoals beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat de inmenging in het eigendomsrecht gerechtvaardigd is door het algemeen belang en een redelijke balans wordt bewaard.
In cassatie werden diverse middelen aangevoerd, waaronder over de bewijslastverdeling, de rechtmatigheid en tijdigheid van het verzoek, en de vermeende schending van het eigendomsrecht. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde de rechtspraak dat ook hypotheekovereenkomsten onder artikel 26 Wvg Pro kunnen vallen als zij onderdeel zijn van een constructie die het voorkeursrecht van de gemeente ontduikt. De Hoge Raad benadrukte dat de wetgever met de Wvg een legitiem publiek belang dient en dat het voorkeursrecht een redelijke inperking van het eigendomsrecht inhoudt.
De uitspraak bevestigt de mogelijkheid voor gemeenten om via artikel 26 Wvg Pro nietigverklaring te vorderen van rechtshandelingen die, ook al betreffen zij hypotheken, materieel gezien het voorkeursrecht doorkruisen. Tevens verduidelijkt de Hoge Raad de bewijslast en de procesrechtelijke aspecten rondom het overleggen van relevante overeenkomsten in dergelijke procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de nietigverklaring van de hypotheek- en samenwerkingsrechtshandelingen wegens schending van het gemeentelijk voorkeursrecht.