ECLI:NL:PHR:2009:BI6718
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkennend onderzoek volgens artikel 126gg Wetboek van Strafvordering
In deze zaak stond centraal de vraag of het door het hof beoordeelde onderzoek kwalificeerde als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Wetboek van Strafvordering. Het hof had geoordeeld dat het onderzoek, dat bestond uit het inventariseren van gegevens over een restaurant en illegale werknemers, geen verkennend onderzoek was. De Hoge Raad bevestigt dat oordeel en stelt dat het onderzoek meer kan worden gezien als een vooronderzoek dan als een verkennend onderzoek.
Het onderzoek vond plaats in 2002 en betrof het verzamelen van informatie die reeds bij opsporingsinstanties bekend was, zonder gebruik te maken van opsporingsbevoegdheden die bij verkennend onderzoek horen. De Hoge Raad benadrukt dat verkennend onderzoek zich kenmerkt door het systematisch vastleggen van persoonsgegevens van personen zonder verdenking binnen een bepaalde sector, wat hier niet het geval was.
De verdediging voerde aan dat het onderzoek niet conform de regels van artikel 126gg Sv was verricht wegens het ontbreken van een bevel van de officier van justitie, maar dit verweer werd door het hof en bevestigd door de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad laat daarnaast open of sprake is van een vormverzuim, maar concludeert dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onjuist is.
Wel wijst de Hoge Raad ambtshalve op de overschrijding van de redelijke termijn, wat leidt tot vermindering van de opgelegde geldboete. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen en het arrest wordt vernietigd voor zover het de geldboete betreft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest bevestigd, met ambtshalve vermindering van de geldboete wegens termijnoverschrijding.