ECLI:NL:PHR:2009:BI9632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van jurisdictie van internationale organisatie in arbeidsgeschil met voormalig werknemer
Eiser was patentonderzoeker bij het Europees Octrooibureau, een orgaan van de Europese Octrooiorganisatie (EOO). Na arbeidsongeschiktheid wegens RSI-klachten stelde hij de EOO aansprakelijk voor immateriële schade en vorderde vergoeding via de Nederlandse rechter. De EOO beriep zich op immuniteit van jurisdictie op grond van het Verdrag en het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten, en verwees naar de exclusieve interne rechtsgang via het Administrative Tribunal van de Internationale Arbeidsorganisatie.
De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd, een oordeel dat werd bekrachtigd door het hof. Het hof oordeelde dat het geschil een arbeidsgeschil betrof dat verband houdt met de vervulling van de taken van de EOO, waardoor immuniteit van toepassing is. De interne procedure biedt een aan art. 6 EVRM Pro gelijkwaardige bescherming, ook al is er doorgaans geen mondelinge behandeling.
Eiser stelde dat de interne procedure niet voldeed aan art. 6 EVRM Pro, met name vanwege het ontbreken van een mondelinge behandeling en zelfstandig feitenonderzoek. De Hoge Raad verwierp deze klachten, verwijzend naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het feit dat het Ambtenarengerecht wel degelijk zelfstandig feiten onderzoekt en dat het recht op mondelinge behandeling niet absoluut is.
De Hoge Raad bevestigde dat immuniteit van internationale organisaties functioneel is en dat arbeidsgeschillen die direct verband houden met de taken van de organisatie onder deze immuniteit vallen. De interne rechtsgang moet effectieve bescherming bieden, wat hier het geval is. De Nederlandse rechter heeft daarom geen rechtsmacht in deze zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de immuniteit van jurisdictie van de Europese Octrooiorganisatie en verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd.