Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
1.Inleiding
2.Feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.De EOO, het EOV, het EOB en het EOB-Protocol
5.Weens verdragenverdrag
6.Bevoegdheid van de rechter
7.Beoordeling van het middel van cassatie
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
‘venire contra factum proprium’. Het alsnog inroepen van artikel 16, lid 2, EOB-Protocol leidt namelijk tot misbruik van heffingsbevoegdheid.
artikel 16, lid 1, EOB-Protocol en ‘pensioenen en lijfrenten’) van interpretatieregels uit het Verdrag van Wenen.
4.De EOO, het EOV, het EOB en het EOB-Protocol:
onbevredigendervaren.
EOB-gepensioneerde maximaal 50% van de berekende nationale inkomstenbelasting vergoed kreeg. Artikel 42 Pensioenreglement Pro luidde (tot 1 januari 2009) als volgt:
BNB2009/113 [60] relevant, waarin de Hoge Raad oordeelde omtrent de vraag of en zo ja in hoeverre het pensioen van een in Nederland woonachtige (voormalige) griffier van het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties was onderworpen aan de heffing van Nederlande inkomstenbelasting. Niet in geschil was dat belanghebbende tijdens de opbouw van zijn pensioenrechten aan een interne heffing door de Verenigde Naties (de zogenoemde stafheffing) was onderworpen. Op grond van artikel 32, lid 8, Statuut van het Internationaal Gerechtshof zijn de bezoldigingen, toelagen en vergoedingen vrijgesteld van alle belastingen. [61] In geschil was of pensioenuitkeringen ook onder dit artikel konden worden geschaard. Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was op de pensioenuitkeringen en dat deze uitkeringen geheel op grond van nationaal recht belastbaar waren. De Hoge Raad was het daarmee eens en overwoog:
Dictionnaire de l'Académie, émoluments désigne « l'ensemble des sommes que touche un fonctionnaire quand, à son traitement fixe, soumis à une retenue pour pension, viennent s'ajouter des indemnités, des allocations non soumises à cette retenue ». La simple lecture de cette définition montre que le titulaire des émoluments dont il est question jouit déjà d'un « traitement fixe soumis à une retenue pour pension » ; cela ramène au « fonctionnaire » et renforce encore le sens que le Tribunal luimême a donné au mot fonctionnaire. A aucun moment il n'est question de pension parmi les exemples d'émoluments. Il est en conséquence difficile de dire que le mot « émoluments » utilisé dans l'Accord de siège de 1954 couvre autre chose que les indemnités et allocations diverses qui sont des compléments de rémunération et qui viennent s'ajouter éventuellement au traitement proprement dit du fonctionnaire.
betekent dat volgens huidig ongeschreven volkenrecht een internationale organisatie in beginsel niet is onderworpen aan de rechtsmacht van de rechter van de gastheerstaat ter zake van alle geschillen welke onmiddellijk verband houden met de vervulling van de aan die organisatie opgedragen taken. (…)
Françoisspelen de volgende motieven een rol bij het verlenen van een vrijstelling aan internationale functionarissen: [81]
Christiaanse [82] zijn drie beginselen aangewezen waarom voorrechten en immuniteiten (aan internationale ambtenaren) worden verleend, te weten: de functietheorie, de theorie van de gelijkheid der staten en de theorie van de gelijkheid der functionarissen: [83]
onafhankelijkheidvan de internationale ambtenaar van elk nationaal gezag te waarborgen. Valt de inkomstenbelastingvrijstelling hieronder ? Ziedaar het probleem voor de functietheorie, waarvan de oplossing ons in de eerste plaats interesseert. Vele voorstanders van deze theorie menen inderdaad, dat deze theorie de salarisvrijstelling kan motiveren. Zij menen dus, dat de onafhankelijke uitoefening van de functie de vrijstelling van belasting eist. Na 1940 heeft deze theorie op de belastingpositie van de internationale ambtenaar grote invloed gehad. Deze invloed wordt in deel II geanalyseerd. In deel III zullen wij deze theorie toetsen op haar bruikbaarheid als argument pro de vrijstelling.
De theorie van de gelijkheid der staten
De theorie van de gelijkheid der functionarissen
Hailbronneris de (nationale) belastingheffing over de partiële compensatie niet in overeenstemming met de bewoordingen, de ratio en het doel van artikel 16 EOB Pro-Protocol (geciteerd zonder voetnoten): [86] , [87]
Hailbronnerdat het staten die lid zijn van de EOO, op grond van het beginsel van ‘venire contra factum proprium’ niet is toegestaan om van eerder handelen af te wijken. Hiermee doelt hij in casu op de financiële afwenteling door de lidstaten van de partiële compensatie op de EOO: [89]
5.Weens verdragenverdrag
Dörren
Schmalenbachvier voorwaarden gedestilleerd, waaraan ‘verwant materiaal’ moet voldoen om te worden aangemerkt als ‘context of a treaty’: [94]
egby specifying or clarifying certain concepts used therein or limiting its held of application. That relation must be one of substance, but it must also be encompassed by the parties’ consensus.
De Manschrijven het volgende over ‘law-making’ door internationale organisaties en de rol van artikel 31 Verdrag Pro van Wenen daarbij: [95]
6.Bevoegdheid van de rechter
unanimously approvedthe draft decision in Part II of CA/108/08 Rev. 1 (present: 34; for: 18 – BG, BE, CZ, DK, HR, IE, IS, CY, LV, LI, LT, HU, NO, AT, CH, SE, TR, GB; abstentions: 16 – DE, EE, GR, ES, FR, IT, LU, MT, MC, NL, PL, PT, RO, SI, SK, FI) [see CA/D 14/08].
civil lawbekend als venire
contra factum proprium nemini conceditur. Zo noemt de Europese
Draft Common Frame of Referencehet in art. I-1:103 lid 2 in strijd met ‘good faith and fair dealing’ om inconsistent met eerdere uitlatingen te handelen wanneer de andere partij hierop vertrouwend heeft gehandeld en zo in een nadeliger positie zou raken als men terug zou komen op het eerdere standpunt. In de Nederlandse rechtspraak kan de werking van dit beginsel worden herkend, zoals in het arrest van de Hoge Raad in de zaak Fabisch/Pintsch waarbij A-G van Oosten in zijn conclusie opmerkt:
Fallgruppenvormen de gevallen, waarin rechtsuitoefening niet is toegestaan omdat de rechthebbende daarmee in tegenspraak zou komen met eigen eerdere gedragingen die bij de ander vertrouwen hebben doen ontstaan. Deze
Fallgruppewordt in de Duitse, de Nederlandse, de Italiaanse, de Spaanse, de Portugese, Zwitserse literatuur en rechtspraak (veelal sinds lange tijd) erkend. Inmiddels is de toepassing van het verbod van tegenstrijdigheid in veel stelsels ver buiten het contractenrecht uitgebreid en ook buiten de rechtsuitoefening toegepast, op andere bevoegdheden. Een klassiek voorbeeld: heeft de gedaagde in een arbitrale procedure zich erop beroepen dat niet de arbiter, maar de gewone rechter bevoegd is, dan kan hij zich niet tegenover de gewone rechter op een arbitraal beding beroepen.
7.Beoordeling van het middel van cassatie
De gewone betekenis
BNB1991/332 en HR
BNB2009/213 [110] het pensioen van internationale ambtenaren (bij het ontbreken van een met artikel 16, lid 2, EOB-Protocol gelijksoortige bepaling) niet heeft aangemerkt als ‘salaries and emoluments’, respectievelijk ‘salaries, allowances and compensation’.
Systematiek, context en voorwerp en doel van het Verdrag
artikel 16, lid 1, EOB-Protocol, omdat een dergelijke uitleg het bepaalde in artikel 16, lid 2, EOB-Protocol zinledig zou maken en deze uitleg in strijd zou komen met de context van de bepaling. [117] Het Hof oordeelde voorts dat het aanmerken van de partiële compensatie als ‘pension’ in de zin van artikel 16, lid 2 EOB-Protocol verenigbaar is met het voorwerp en doel van het EOV. [118]
BNB2009/113, waarin de Hoge Raad ter zake van een gepensioneerde griffier van het IGH heeft geoordeeld dat de belastingvrijstelling is verleend in het belang van het IGH, met het oog op een onafhankelijke uitoefening van de functie van het gerecht en dat deze onafhankelijkheid niet wordt aangetast indien het ouderdomspensioen in het woonland in de belastingheffing wordt betrokken. [123] Eenzelfde redenering deed opgeld in het reeds besproken arrest HR
BNB2011/153, waarin eveneens ten aanzien van een werknemer van het EOB bij het bepalen van de reikwijdte van artikel 16, lid 1 EOB-Protocol belang werd gehecht aan artikel 19 EOB Pro-Protocol. [124] De door belanghebbende aangehaalde arresten kunnen hem niet baten, [125] nu deze zien op een totaal andere situatie. Deze arresten zagen namelijk op de inroepbaarheid van immuniteit van jurisdictie van internationale organisaties in arbeidsgeschillen. De Hoge Raad oordeelde in deze arresten dat het criterium hierbij was of de geschillen onmiddellijk verband houden met de vervulling van de aan de organisatie opgedragen taken. De onderhavige zaak betreft niet een arbeidsgeschil maar de uitlegging van het EOB-Protocol.