ECLI:NL:PHR:2009:BJ1254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot strafrechtelijke ontruiming van gekraakt pand en huisrechtbescherming
In deze zaak staat de vraag centraal of de officier van justitie bevoegd is tot strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt bedrijfspand, waarbij de kraker zich kan beroepen op het huisrecht. Het pand was eigendom van de gemeente en werd door [verweerder] en anderen gekraakt. De officier van justitie wilde het pand ontruimen wegens verdenking van overtreding van art. 429sexies Wetboek van Strafrecht.
De voorzieningenrechter wees de vordering van [verweerder] af, maar het gerechtshof Leeuwarden vernietigde dit vonnis en verbood de ontruiming. Het hof stelde vast dat het huisrecht van [verweerder] geldt en dat een gedwongen ontruiming een inbreuk daarop vormt. Het hof vond geen toereikende wettelijke grondslag voor deze inbreuk in art. 2 Politiewet Pro 1993, art. 124 Wet Pro op de rechterlijke organisatie en art. 429sexies Sr, noch in de bevoegdheid tot aanhouding ex art. 55 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De algemene taakomschrijving van politie en openbaar ministerie biedt geen voldoende precieze wettelijke grondslag voor een strafrechtelijke ontruiming die het huisrecht aantast. De strafbaarstelling van art. 429sexies Sr geeft geen bevoegdheid tot ontruiming. Ook het binnentreden ter aanhouding impliceert geen ontruimingsbevoegdheid. De ontruiming kan wel via civielrechtelijke weg worden gevorderd en uitgevoerd met politie-assistentie. De conclusie is dat strafrechtelijke ontruiming zonder expliciete wettelijke grondslag niet is toegestaan als zij het huisrecht schendt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat er geen wettelijke bevoegdheid bestaat voor strafrechtelijke ontruiming die het huisrecht schendt en wijst het cassatieberoep af.