ECLI:NL:PHR:2009:BJ1839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsregeling bij belaste verhuur en meldingsplicht in omzetbelastingzaak
Belanghebbende verhuurde panden aan A B.V. met toepassing van de optie voor belaste verhuur. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat A de panden deels gebruikte voor vrijgestelde prestaties, waardoor een naheffingsaanslag en boete werden opgelegd wegens niet-naleving van de meldingsplicht van de overgangsregeling.
Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij niet wist dat melding vereist was en dat zij aan alle materiële voorwaarden van de overgangsregeling voldeed.
De Procureur-Generaal concludeert dat de meldingsplicht een formele voorwaarde is die niet kan worden tegengeworpen indien belanghebbende redelijkerwijs niet kon weten dat melding nodig was. De materiële voorwaarden waren vervuld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere middelen faalden, behalve het middel dat de meldingsplicht niet kan worden gehandhaafd in deze omstandigheden.
Ten aanzien van de boete wordt opgemerkt dat belanghebbende zich terecht op afwezigheid van alle schuld kan beroepen, omdat zij zorgvuldig heeft gehandeld en de huurder jaarlijks verklaarde de panden voor meer dan 90% voor belaste doeleinden te gebruiken. De conclusie luidt dat de naheffingsaanslag en boete moeten vervallen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden vernietigd omdat de meldingsplicht niet kan worden tegengeworpen en afwezigheid van alle schuld is vastgesteld.