ECLI:NL:HR:2009:BJ1839
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens toepassing overgangsregeling
Belanghebbende, bestaande uit een fiscale eenheid van vennootschappen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1 januari 1996 tot en met 31 december 2000, inclusief een verhoging van 100% waarvan een deel werd kwijtgescholden. De Inspecteur stelde dat de verhuur van panden vrijgesteld was van omzetbelasting omdat de huurovereenkomsten niet waren gemeld zoals vereist door de Wet van 18 december 1995.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond voor wat betreft de naheffingsaanslag, maar vernietigde de kwijtschelding van de verhoging deels. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur niet mocht tegenwerpen dat de melding van de huurovereenkomsten ontbrak, omdat uit de verklaringen van de huurder en het dossier bleek dat de verhuur ook onder de gewijzigde wet wilde worden uitgesloten van vrijstelling.
De Hoge Raad stelde vast dat aan de voorwaarden van de overgangsregeling was voldaan en vernietigde het arrest van het Hof en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staat opgedragen het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Belanghebbende deed geen aanspraak op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het cassatieberoep gegrond.