ECLI:NL:PHR:2009:BJ6753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens ontucht en verkrachting in maatschappelijke zorg ondanks betwisting bewijs
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens ontucht gepleegd op een cliënt binnen de maatschappelijke zorg en verkrachting van een andere vrouw. Het bewijs bestond voornamelijk uit verklaringen van de slachtoffers en betrokkenen binnen de zorginstelling.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het eerste slachtoffer onbetrouwbaar en scriptmatig waren, mede door haar borderline problematiek en tegenstrijdigheden in haar verhaal. Ook werd aangevoerd dat het hof onvoldoende op dit betoog was ingegaan, wat strijdig zou zijn met art. 359, tweede lid, Sv. Daarnaast werd betoogd dat de verklaringen van het tweede slachtoffer, een getuige met een gebrekkige ontwikkeling, onvoldoende gemotiveerd waren gebruikt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet in het bijzonder heeft gemotiveerd waarom het afweek van het onderbouwde standpunt van de verdediging omtrent de betrouwbaarheid van het eerste slachtoffer, wat in principe nietigheid tot gevolg heeft. Echter, het hof kon zich beroepen op de verklaring van een psychologe die het verhaal van het slachtoffer betrouwbaar achtte. Ten aanzien van de verklaringen van het tweede slachtoffer oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was nader te motiveren waarom het deze verklaringen betrouwbaar achtte, omdat de tegenstrijdigheden van ondergeschikt belang waren.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de uitspraak is overschreden, wat tot strafkorting moet leiden. Het arrest wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft, maar het beroep wordt voor het overige verworpen en de bewezenverklaring blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging wegens termijnoverschrijding, maar de bewezenverklaring blijft gehandhaafd en het beroep wordt voor het overige verworpen.