ECLI:NL:PHR:2009:BJ6927

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00534
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 30.6 WAMArt. 7 WVW 1992
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging straf voor overtreding verzekeringsplicht motorrijtuig en verkeersveiligheid

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoekster veroordeeld wegens overtreding van artikel 34 van Pro de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). De straf bestond uit een taakstraf van 28 uur, subsidiair 14 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.

Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen de strafmotivering, met het argument dat het verband tussen het niet voldoen aan de verzekeringsplicht en de verkeersveiligheid onduidelijk was. De advocaat voerde aan dat het begrip verkeersveiligheid niet te ruim moet worden geïnterpreteerd.

De Advocaat-Generaal stelde dat verkeersveiligheid een breed begrip is dat het geheel aan waarborgen en regels omvat om de orde en veiligheid op de weg te waarborgen, inclusief het bieden van een vangnet bij ongevallen. Het niet verzekeren van een motorrijtuig toont onverschilligheid ten opzichte van dit stelsel en kan een stimulans zijn voor vluchtmisdrijf.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het belang van verkeersveiligheid bij de strafmotivering heeft betrokken en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de straf en ontzegging in stand blijven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf en ontzegging blijven gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 08/00534
mr Jörg
Zitting 1 september 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte = verzoekster]
1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoekster wegens overtreding van art. 34 WAM Pro veroordeeld tot een taakstraf van 28 uur subsidiair 14 dagen hechtenis. Voorst is verzoekster veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.
2. Namens verzoeker heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de strafmotivering.
4. Die houdt -voor zover voor het middel van belang- in:
"Daarbij is in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft gedurende het tijdvak 6 januari 2006 tot en met 2 juli 2006 de verplichting gehad haar motorrijtuig te verzekeren. Door haar motorrijtuig niet te verzekeren heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht."
5. De steller van het middel acht het zonder nadere toelichting onbegrijpelijk dat de verkeersveiligheid negatief zou worden beïnvloed door het al dan niet voldoen aan de verzekeringsplicht.
6. Het begrip verkeersveiligheid moet niet te eng worden opgevat. Het omvat het geheel aan waarborgen en regels ten einde de situatie op de weg ordelijk en veilig te laten verlopen en een zeker vangnet te bieden wanneer er op de weg iets misgaat. Verzoekster heeft door niet te voldoen aan de verzekeringsplicht blijk gegeven van onverschilligheid ten opzichte van dat stelsel van waarborgen en regels. Bovendien kan de omstandigheid dat een kentekenhouder niet aan zijn verzekeringsplicht voldoet in het algemeen een stimulans zijn om het vluchtmisdrijf van art. 7 WVW Pro 1992 te plegen indien hij betrokken raakt bij een aanrijding.
7. De onderhavige strafmotivering is niet ongebruikelijk bij onverzekerd rijden en is zijdelings aan de orde geweest in HR 18 mei 2004, AO5850 en HR 13 mei 2008 BC6804, waar zij niet tot ambtshalve ingrijpen aanleiding gaf. Dit zegt overigens op zichzelf nog niet zoveel.
8. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk.
9. Het middel faalt en leent zich voor afdoening met de in art. 81 RO Pro bedoelde verkorte motivering. Ambtshalve gronden waarop
Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G