ECLI:NL:PHR:2009:BJ6944
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens gebrek aan bewijs voor voorwaardelijk opzet hennepteelt
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal van elektriciteit in verband met een hennepkwekerij in een door hem gehuurde loods. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op omstandigheden zoals de aanwezigheid van een sterke henneplucht nabij het pand, het ontbreken van een onderhuurcontract, en eerdere betrokkenheid van verdachte bij hennepkwekerijen.
Verdediging voerde cassatie in met het middel dat het bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verdachte zich bewust zou hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er een hennepkwekerij in het pand was en dat deze gepaard ging met diefstal van elektriciteit.
De Hoge Raad wees onder meer op het ontbreken van bewijs dat verdachte de henneplucht heeft geroken, dat de contante betalingen en het ontbreken van een schriftelijk contract niet zonder nadere motivering opzet bewijzen, en dat het oordeel over toezicht op het pand niet wijst op bewust aanvaarden van de kans. Ook de eerdere vrijspraken van verdachte en de onduidelijkheid over de toegang tot de hennepkwekerij speelden een rol.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs voor het voorwaardelijk opzet vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn is overschreden, wat mogelijk tot strafvermindering kan leiden.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.